Het is spannend wanneer iemand je portret tekent of schildert. Spannender dan wanneer er een foto van je wordt gemaakt. Het resultaat is niet alleen afhankelijk van hoe jij als geportretteerde kijkt en hoe je wordt belicht, maar ook van wat de kunstenaar ervan maakt. Hoe ziet hij jou en hoe geeft hij jou weer? In de wisselwerking tussen jouw aangezicht en de creativiteit en ambacht van de kunstenaar ontstaat het portret. Iedere kunstenaar heeft een eigen handschrift, een handschrift dat nauw is verbonden met zijn persoonlijkheid. En ieder model heeft bepaalde lijnen en vormen in het gezicht die door onderliggende massa van spieren en skelet tot uiting komen. Zowel de persoonlijkheid van de schilder als de persoonlijkheid van de geportretteerde spelen een rol bij portretkunst.
Schilder Johannes Tielens (1869 - 1957) schrijft over het portret:
“Het is den mensch als ingeschapen den geest te willen doorgronden door het zien van den stoffelijken vorm. Ieder mensch is in mindere of meerdere mate psycholoog. Daarom immers wil hij de Koningin aanschouwen of den Shah van Perzie, of een apache, van wien hij veel heeft hooren spreken. (...) hij zou zijn verbazing uitdrukken indien hij de Koningin onwelwillend, den Shah glimlachend, of den bandiet met open oogopslag aanschouwd had. Een portret dus dat hem niet verder bracht dan herkenning der persoonlijkheid, zou hem onbevredigd laten, zou voor den meest eenvoudigen smaak geen portret zijn, zooals hij zich dat wenscht.”
Tielens verwoordt hier wat de kijker hoopt te zien als hij naar een portret kijkt. De kijker hoopt iemands persoonlijkheid te kunnen doorgronden; is deze persoon gracieus, of slonzig? Is het een boef of een heilige? Natuurlijk is niemand alleen maar een slonzig persoon, misschien dat iemand periodes van slonzigheid heeft en misschien dat iemand op het gebied van zelfverzorging slonzig is, maar in het uitvoeren van z’n beroep juist heel accuraat is. Oftewel als kunstenaar moet je kiezen welke kant van iemand je gaat belichten. De keuze hangt af van de visie van de kunstenaar en van het doel van het portret.
Bij een opdracht, bijvoorbeeld bij een staatsie portret, zal het niet de bedoeling zijn dat de slonzige of arrogante kant van de persoon wordt uitgebeeld. Hoewel de engelse schilder Lucian Freud toch een portret van Koningin Elizabeth heeft gemaakt waar niet iedereen blij mee is. In queen Elizabeths portret is het overduidelijk dat zij geen innemende jonge vrouw is, zoals het portret van koningin Beatrix, door Annelies Hoek dat is. The Queen heeft een ernstige, bijna gestresste uitdrukking. The Daily Telegraph schreef over het schilderij "it is extremely unflattering". Hoofdredacteur kunst van de The Times, Richard Cork, beschrijft het portret als "painful, brave, honest, stoical and, above all, clear sighted". Maar in dezelfde krant schrijft Richard Morrison "The chin has what can only be described as a six-o'clock shadow, and the neck would not disgrace a rugby prop forward”.
Dit schilderij is geen officiele opdracht van het Britse Koningshuis, maar is een geschenk van de schilder aan de Koningin. De Koningin heeft gedurende mei 2000 tot december 2001 geposeerd voor Freud. Freud had speciaal gevraagd of ze de diamanten kroon wilde dragen die ze ook op de postzegels draagt. De krant The Mirror schreef: “Freud could have saved the Queen the trouble of sitting for him by copying her Spitting Image puppet.”
Freud heeft een heel eigen manier van mensen afbeelden. In die zin wist de Koningin wat ze kon verwachten. De oogopslag van de geschilderde modellen is meestal introvert en naar binnen gericht. De kijkrichting is meestal naar een punt buiten het schilderij. De textuur van de huid en de massiviteit van het lichaam zijn zwaar aangezet, waardoor de karakteristieken van een gezicht sterk naar voren komen. Voor de kijker geeft dit een doordringend en provocerend effect. Als je naar een portret van Freud kijkt, zie je dingen die je meestal geneigd bent te verdoezelen of negeren als je naar iemand kijkt.
Freud schildert ook zichzelf niet als een innemende jonge man. Hij behandelt zichzelf precies als zijn modellen: en ook hij kijkt zichzelf niet recht aan, wat raar is bij een zelfportret omdat je toch in de spiegel kijkt en op het moment dat je je ogen ziet om die te schilderen kijk je jezelf dus recht in de ogen aan.
Ik heb hier rechts onder twee zelfportretten van mezelf geplaatst. Deze zijn zo’n 6 jaar geleden geschilderd en het wordt tijd dat ik eens een nieuwe maak. Het is een beetje beschamend om mijn portretten zo dicht tegen die van Lucian Freud te plaatsen, zo wordt wel duidelijk hoe matig mijn schilderprestaties hier zijn, aan de andere kant komt zijn superioriteit goed naar voren. Maar ik wil even terug naar bovenstaande tekst van Tielens: “den geest te willen doorgronden door het zien van den stoffelijken vorm.”
Ik zou zelf niet zozeer over “de geest” praten, maar meer over “de identiteit” en bij het woord geest hoort misschien ook “gemoedstoestand”. Een gemoedstoestand is van voorbijgaande aard, identiteit is permanent. Wat betreft zelfportretten ben ik meer geneigd me op mijn gemoedstoestand te richten. In mijn onderste zelfportret met de zwarte achtergrond was mijn intentie om een gevoel van verdriet uit te beelden. Ik voelde me verdrietig en zoals mensen (vooral pubers) soms geneigd zijn in een dagboek te gaan schrijven wanneer ze zich niet goed voelen, zo ben ik gaan schilderen. Alsof je al schilderend grip op de emotie probeert te krijgen en het door het af te beelden onder controle zou kunnen krijgen. Maar ik ben over het algemeen geen verdrietig persoon, dus dit schilderij zegt niet zoveel over mijn identiteit. Beide schilderijtjes zijn snel, binnen een uur geschilderd, rechtstreeks al kijkend in de spiegel, dus het zijn in zekere zin momentopnames van een emotie. Het schilderij erboven met de lichtblauwe achtergrond was het een gevoel van vertwijfeling en onzekerheid dat me ertoe besloot mezelf in de schaduw te schilderen.