3 1 2
PLATO en ROTHKO
 
Mark Rothko, kunstschilder 1903 - 1970
 
In de 20ste eeuw vond in de schilderkunst een explosie van stijlen, ideeën en emoties plaats. Van realisme tot abstractie, van humor tot metafisica en alles daar tussenin werd onderzocht, uitgeprobeerd en gedeclameerd.
Temidden van deze storm bevond zich de schilder Mark Rothko. Hij zocht naar een uitdrukkingsvorm die gestalte kon geven aan een bepaalde tragiek die hij voelde, maar die hij om zich heen nergens terug zag. En misschien verachtte hij de mensheid erom dat ze deze tragiek negeerde en zich laafde aan wereldlijke, oppervlakkige genoegens. Hij dacht dat hij mensen met zijn schilderijen wel een ervaring kon bieden waarmee hij hen tot hogere inzichten zou kunnen brengen.
 
 
Rothko’s grot
 
In 1958 kreeg Rothko de opdracht van restaurant eigenaar Joseph Seagram om schilderijen te maken voor de wanden van zijn zeer chique restaurant “Four Seasons” in Manhattan, New York. Rothko was ambivalent over de opdracht, aan de ene kant was het een kans om zijn schilderijen aan een groot publiek te tonen, aan de andere kant stond het idee van de decadente omgeving waarin zijn werk zou hangen hem tegen. Maar een opdracht waar zoveel aan te verdienen valt sla je natuurlijk niet zomaar af. Bovendien koesterde hij de hoop dat zijn schilderijen wel diepere emoties teweeg zouden brengen bij dit oppervlakkige publiek. Haute Cuisine en Kunst zouden strijden om de aandacht en de Kunst zou triomferen. Gestimuleerd door die gedachte ging hij aan de slag.
 
Na maanden hard werken was hij aan vakantie toe en ging naar Europa. Hij bezocht onder meer de Medici bibliotheek in Florence. Deze donkere ruimte overviel hem. Hij zag de zware zuilen als dragers van de menselijke geschiedenis, hij zag de eeuwen oude muurschilderingen van Michelangelo. Deze ruimte gaf hem een nieuwe impuls voor zijn grote opdracht. De ruimte gaf hem het tragische gevoel opgesloten te zitten in een ruimte met dichtgemetselde ramen en deuren, zodat met je hoofd tegen de muur bonken het enige is wat je nog kan doen. Dit gevoel wilde hij overbrengen op het dinerende publiek in het New Yorkse restaurant door middel van zijn schilderijen.
 
In 1959, toen zijn opdracht bijna klaar was, ging hij samen met zijn vrouw dineren in het restaurant. Nu werd hij overvallen door afkeer. Het uiterlijk vertoon, de exorbitante prijzen en de glamour vond hij weerzinwekkend. Hij bedacht nu dat de mensen die hier kwamen producten van het kapitalisme waren en het gewoon niet waard waren ook maar één blik op zijn schilderijen te werpen. En hij sloeg de opdracht en het daarmee gemoeide geld definitief af.
 
En waarschijnlijk had Rothko gelijk: Dit publiek zou blind zijn voor zijn vibrerende leegtes die hij met zijn immense kleurvlakken tot leven wekte. Blind, zoals de geketenen in Plato’s grot (zie vorige blog) blind waren voor de waarheid. De schijnwereld van het glamorous restaurant zou niet worden ontmanteld door de schilderijen. De schilderijen zouden mooi gevonden worden, maar zouden worden gezien als schaduwen van een decoratieve fantasiewereld. De context waarin van een restaurant waarbinnen de schilderijen zich zouden bevinden zou niet de juiste betekenis aan de schilderijen geven. Iets wat niet in de juiste context staat kan pijnlijk uitpakken.
 
Kijk maar naar het voorbeeld van Tommy Cooper. Hij viel en kreeg een hartaanval en overleed. Dit gebeurde binnen de context van een komische show. Dit had tot gevolg dat zijn overlijden door het publiek werd gezien als een goeie grap.
 
Binnen de context van een schijnwereld vervalt alles tot schijn.
 
 
 
 
 
 
(Tijdgenoot van, en verwant aan Rothko is kunstschilder Barnett Newman. Zowel Rothko als Newman tonen in hun visies op de wereld paralellen met de ideeënleer van Plato. Allen verwijzen naar een sublieme en pure wereld los van de alledaagse werkelijkheid om ons heen.)
 
 
 
Mark Rothko 1953
Brown, blue, brown on blue
Spencer Tunick 22 mrt 2008 in Four Seasons Restaurant New York