De Bewening van Christus (hierboven) is het middelste paneel van een drieluik. Het totale beeld heeft diepte, en op verschillende niveau’s in de diepte zijn mensen geschilderd die iets doen. Op de voorgrond ligt Christus met gepijnigde leden en wordt getoond aan de toeschouwer. Links staat Jozef van Arimathea de bezitter van het graf. Centraal in het midden, in het blauw, zijgt moeder Maria neer, overmand door verdriet. Op de achtergrond zien we een hoog, steil, grillig rotsmassief met drie kruisen erop. Een man bergt een ladder op, een tweede zit bij zijn proviandmand en een derde ontwart zijn schoenveters. Dit achtergrond tafereel vormt een luchtig contrast met de zwaarmoedigheid van de voorgrond. Links in de achtergrond zijn in de nevelen wat gebouwen van Jeruzalem te zien. Rechts achter het groepje op de voorgrond, in de rotswand, zien we de toegang tot het graf.